vrijdag 2 augustus 2013

Bedankt Bauke..(en Lauke)

Ik mag ze wel eens bedanken,die Bau en Lau.
Natuurlijk omdat ik van ze genoten heb tijdens de Tour de France, ze hebben het spannend voor ons gemaakt. Maar ik wil ze vooral bedanken omdat, voornamelijk dankzij hen, het wielrennen weer van en voor de 'gewone jongen' is geworden. Een gewone jongen zoals ik!; de middelbare iets te zware man. Allemaal door Bau en Lau, prachtig. Niet eens door wat ze op de fiets deden maar vooral hoe ze er daarna, tijdens interviews, over praatten.

Kijk, ik heb niets tegen Gesink, hij is een klasse renner. Maar als Gesink zegt "ik heb mijn ballen eraf gedraaid voor Bau en Lau" dan gelooft ik dat niet. Misschien heeft ie zijn best gedaan, maar hij is zo netjes, te clean, te afstandelijk. Je kan helemaal niet zien dat Gesink heeft afgezien. Hij heeft misschien gehuild, dat geloof ik nog wel, maar echt afgezien?? Rondrijden met het snot op de kop zoals Laurens ten Dam of half gehoekt, krom en scheef kilometerslang in het wiel van de groten der aarde hangen zoals Bauke? ...nee, dacht het niet. Als Laurens ten Dam zegt ik kan echt niet meer, dan heb je het zijn gezicht al horen schreeuwen. Na een teleurstellende etappe zegt Bauke dat hij nog tevreden is met zijn 5e plaats, terwijl zijn hele lichaam staat te vloeken, de ogen betraand en boos.

Het gaat niet om het afzien, maar om de persoonlijkheden. Bauke en Laurens wonen gewoon bij jou en mij om de hoek. Tijdens de tour werd het me al duidelijk: Bau en Lau hebben een zaadje gepland in het brein van de Nederlanders. Dat zaadje is gaan groeien en heeft het besef opgeleverd bij de Nederlanders dat fietsers (wielrenners of daarop lijkende individuen) leuke normale hardwerkende jongens zijn.

Dat merk ik als ik door de Betuwe fiets en met name het westelijke deel, zo vanaf Valburg. Daar zijn de mensen een beetje stug. Behoorlijk stug.. Het lijken wel Friezen, denk ik wel eens. Vooral op zondag, dan kan je je lol op in de bijbel-gordel. Ik werd vroeger vooral afgesneden en boos nagekeken, maar nu zie ik automobilisten bewust afremmen om mij nog net even voor te laten gaan. Moeders met kinderen wijzen hun zoontjes op de renners die voorbij komen. Er wordt weer gezwaaid.. kinderen zeggen weer "hoi". En ik "hoi" natuurlijk gewoon terug.

Toen ik vroeger nog in Friesland woonde was het normaal dat je iedereen gedag zei die je tegenkwam. Bekend of onbekend, iedereen werd begroet. Een onbekende was immers een bekende van een bekende, dus nooit echt onbekend.
In de Betuwe gaat dat net even anders, daar groet men geen onbekenden, tenminste tot nu toe niet. Voorbijgaande passanten op stalen rossen werden al helemaal niet begroet, die bestonden niet. Mochten niet bestaan. Helemaal niet als die goddelozen ook nog eens op zondag door HUN dorp reden. Daar was een onbekende een indringer, in plaats van een toevallige en tijdelijke potentiele bekende van een bekende.

Maar nu... Ik rij door de dorpen en groet de mensen links en rechts. Men knikt, vriendelijk alsof ik geen onbekende of indringer meer ben. Ik rij ook vaker en meer kilometers, met meer plezier. Ik vlucht niet meer naar de Veluwe om mensen te vermijden, ik wil juist bij ze zijn.
3 weken afzien in Frankrijk, een paar woordjes op TV...Bau en Lau, bedankt!

Ik voel me thuis.