vrijdag 24 augustus 2018

De dag die nooit bestaan heeft


Het is bijna een jaar geleden dat ik geopereerd ben. Bijna een jaar! Het lijkt een eeuwigheid dat ik van twee leuke weken vakantie/fietsen in Frankrijk opeens heel serieus in het ziekenhuis belandde.

Een jaar van ontdekken, herstellen, proberen, vallen en opstaan.
Een jaar waarin ik elke week zei: ”ja, het gaat steeds iets beter”. Wie kan dat eigenlijk zeggen? Een baby misschien, maar die kunnen nog niet praten, dus ja… Ik ben de enige ;-)  Uniek op mijn eigen manier.

Als het aan mij ligt gaat het verbeteren nog even door. Ik heb mijn piek nog niet bereikt. Werk weer 5 uur per dag en ga zeker proberen weer volledig aan het werk te gaan. Ik zie wel waar het schip strand. Ik zwem, fiets en loop weer bescheiden. Wat heet: gisteren mijn eerste openwater training gehad sinds een jaar; duizelig, misselijk en uitgeput. Precies zoals een openwaterzwemsessie moet zijn.

Altijd lekker om in Lathum langs de boeienlijn te zwemmen
Ik fiets 2x per week een km of 40 en ik loop 2x per week tot ongeveer 5 km. Althans dat probeer ik. Eigenlijk is er helemaal niets aan de hand. Fysiek gaat het goed, niet geweldig maar wel goed.

Triathlon?

Een triathlon, tsja.. Ik stel het nog even uit. Ik weet nog niet wat ik precies aan kan, voordat ik weer ga ‘racen’. Bij een wedstrijd spelen hele andere krachten een rol. Als alles bij elkaar komt in het emotioneel, fysiek en mentaal toneelspel genaamd triathlon.
Ik denk terug aan mijn laatste wedstrijd, juli 2017: 4e divisie Nuenen. Ik had lekker in de middenmoot gezwommen en had netjes mijn rondjes gefietst met gemiddeld 32,5km/uur. Het klopt, ik had een lusje te weinig in de eerste ronde gemaakt, te vroeg de rotonde genomen, maar had die in de laatste ronde weer netjes rondgemaakt. Er heeft geen haan naar gekraaid.
Met het lopen kon ik in Nuenen met hetzelfde rustige tempo doorgaan. Zelfs nog een tijdje met Paul (Zierkzee) meegelopen die al in een ronde verder liep en hem nog wat opgepept en had zo, als teamlid, nog een zinvolle bijdrage kunnen leveren.

In 2 weken ervoor was ik bij de sprint triathlon in Weert nog boos op mezelf geworden dat ik me niet voldoende kon pushen om voldoende power op de fiets kon geven. 

Dat ik in de laatste 2 km lopen nog dacht dat ik gewoon ‘even wilde doorduwen’ om toch even kon kijken of ik echt niet nog iets sneller kon lopen. Dat gevoel dat je weer moet wandelen in de laatste km. Toch weer druk op mn lijf en zo’n flauwe pijn in m’n linkerarm. Balen dat ik niet gewoon die laatste km naar de finish had kunnen doorlopen. Gelukkig werd het niet mijn laatste finish.

Finishen!

Finish Almere 2012
Ik hoop dat ik ooit weer zo’n glorieuze finish kan beleven. Dan bedoel ik niet in Nuenen, alhoewel het een geweldige wedstrijd is, maar dan denk ik toch aan Maastricht, It Rea Klif of Almere. 
Zo’n wedstrijd waarvan je niet meer weet of je die dag nou echt beleefd hebt of er alleen maar over hebt gedroomd. Of die dag er eigenlijk wel is geweest? Was ik er echt bij?

Er zijn een heleboel dagen die geweldig en memorabel zijn, dagen die je zo weer opnieuw wil beleven of wel dagen mogen duren. De dagen waarvan er foto’s op bureau’s staan te pronken. Zo’n dag waar op elk verjaardagsfeestje wel iets over gezegd wordt. Dat zijn goede dagen, maar een dag die je echt niet meer weet of je het gehad hebt.. zo’n dag.


De vergeten dag

Er is 1 dag die ik nooit meer zal vergeten, of beter, die nooit bestaan heeft. Het werd voorafgaan door een paar hele lange dagen toen ik op mijn wereldreis in 1989 vanuit Toronto naar Auckland, New Zealand vloog. Over het Amerikaanse continent  en verder over de stille oceaan en nog verder. Nog verderderderder richting New Zealand. Zover dat we over de tijd-dag grens heenvlogen.

De Internationale datumgrens:  een denkbeeldige lijn op aardbol waar de dag als eerste begint.  Ik keek uit het raam van het vliegtuig toen we op die 10e september 23:00 de datumgrens voorbij vlogen. Het moment erop was het de 11e september 23:01. Boven de oceaan leek alles rustig en gewoon.  Die 11e september is mij letterlijk helemaal voorbijgegaan. 24 uur op de wereld zonder die ene dag. Misschien had ik vanaf toen mijn verjaardag een dag eerder moeten gaan vieren. Deze dag begin september in 1989, op de dag af exact 28 jaar geleden.


Ironman

Het voelt alsof de Ironman 2016 ook zo’n dag was. De beleving van die wedstrijd, sterker nog dan Almere en mijn mislukte poging bij de Frysman, was veel groter dan de wedstrijd zelf. Als je het goed bekijkt is een Ironman natuurlijk maar een halve dag, qua uren. En de afstanden zijn ook niet speciaal, maar het ging verder dan zwemmen, fietsen en lopen. Het ging niet alleen om het finishen van een triathlon het was het behalen van een levensmijlpaal. Bewijzen dat ik besta, dat ik er was.

Ik weet niet waarom mijn 2 finishes van Almere minder belangrijk voelen. Alsof Almere ‘maar’ een voorbereiding was voor Maastricht. Ik was zo gefocust op finishen dat ik die dag bereid was er alles voor te doen. Om ver voorbij mijn grenzen te presteren. Een ‘do or die’ moment.  De dag zelf was niet meer belangrijk, maar belangrijker dan alle dagen ervoor. Deze ironman werd groter dan de wedstrijd en groter dan het leven zelf.

Dit citaat uit mijn eigen blog spreekt boekdelen:

“De grauwe kleur op mijn gezicht. Ik voel zelf ook dat ik grauw , grijs en klam ben. Bij een verzorgingspost wil ik eigenlijk even gaan zitten, maar ik kan nauwelijks rechtop blijven staan. Als ik nu ga zitten dan kom ik misschien niet meer omhoog en als ik hier blijf staan dan roept iemand misschien wel een EHBO'er. Ik moet doorlopen. Ik moet naar de finish.”


De verdwenen dag

Nadat ik afgelopen jaar op 6 september de hartoperatie had ondergaan was ik behoorlijk verdoofd en met goede hoop alweer op weg met het herstel aan de gang. Nadat ik bijkwam na de operatie begon voorzichtig het besef in te dalen dat alles er goed uit zag. Op de volgende dag had ik alweer de voldoende kracht en bewustzijn om de zaalarts nog wat zaken te vragen. Ik had het erg warm en zweette verschrikkelijk.

Het leek alsof mijn tong in een wasmachine zat en probeerde mijn woorden rond te draaien. Ik hoorde wat ik zei tegen de artsen en schrok dat ik heel andere woorden uitsprak dan ik in mijn hoofd had zitten. Wat? Wat zeg ik??. Waar zijn mijn woorden gebleven? Waarom krijg ik geen zin meer mijn mond uit. Ik zuchtte en nam even wat lucht. Ik was gestressed en natuurlijk vooral moe en warm.

Natuurlijk was ik emotioneel, het was lastig. Ik nam een diepe teug lucht en sprak rustig. Ik hoorde hoe ik stamelde en stotterde en de woorden willekeurig uit mijn mond kwamen. Ik voelde me verward. Ik zag de blikken van de artsen en voelde me hulpeloos en stom dat ik er als een idioot bij lag. "Sorry.. ik..eh.." Ik was geen speler meer in het toneel waar ik deelgenoot van was. Ik had geen tekst meer alleen nog ondertiteling.  De regie met wat er in mijn leven gebeurde was verdwenen. Uren leken minuten en minuten duurde uren. Er gebeurde van alles en ik wist van niets.. vlagen komen langs, voldoende om te weten dat het niet goed was. Ik wil zo’n dag nooit meer.  Een dag die je wilt laten verdwijnen, die je in je geheugen wegstopt alsof hij niet is gebeurd, maar waarvan je elke dag weet dat hij er was.


Toekomst

Finish Almere 2014
Dat was op 8 september 2017. Aankomende 8 september is Challenge Almere. Op de dag af precies één jaar na mijn herseninfarct. Begin januari van dit jaar zeg ik tegen Annette: “ zou het niet mooi zijn om precies een jaar na die dag de triathlon van Almere te doen? Zou dat niet een mooi richtpunt zijn”.

Ik ben wel wat positiever geworden zei ik mijn vorige blog, maar soms gaat het ook wel iets verder dan dat. Soms weet ik niet meer wat reëel is. Net zoals ik elke week zeg ”Het gaat elke week iets beter” zeg ik ook elke week: “ik denk dat alles weer 100% goed komt”.

Zelfs ik moet na een jaar revalideren concluderen dat wellicht niet helemaal realistisch is. “wellicht niet helemaal realistisch” ;-) ja misschien hé..

Maar dromen mag en doelen stellen en positief er naar kijken is alleen maar goed. Wie weet komt er weer zo’n dag die er nooit is geweest. Waarvan je weer kan dromen dat je hebt hem gehad. Met je handen omhoog door de finish en denken: “hoe ben ik hier gekomen? “. Aankomende september is net ietsje te vroeg voor mij. Maar als het zo elke week net ietsje beter gaat, wie weet waar ik dan eindig. Met je handen omhoog onder het finish doek. Zo bepaal je tenslotte wie je bent en wat belangrijk is in het leven.
Bewijzen dat ik besta. Dat ik er was, op die ene dag die nooit zal bestaan.

Altijd tijd voor mijn fans halverwege de marathon..

woensdag 15 augustus 2018

Mister positivo!


Ik ben geen positiviteitsguru, geen tsjakka Ratelband, geen stralende Jomanda en zeker niet de “Churandy van de lage landen”.  
 
Positiviteit; ik zag het eigenlijk nooit zo zitten…  

Doe maar gewoon dan doe je al gek genoeg, daar ben ik mee opgevoed. Ik ben gewoon een eigenzinnig en eigenwijze calvanist. Lekker Hollands. Boerenkoolstampot met worst. Je zou mij ook bijna een vervelende stugge Fries kunnen noemen. Erger nog, ik kan (kon) me zelfs mateloos irriteren aan mensen die de hele tijd positieve spreuken op hun tijdlijn zetten. Van die mensen die huppelend in het voorterrein ‘zwerven en verdwalen’. Over hoe geweldig het leven allemaal is. Ik geloof(de) het gewoon niet.

En toch, toch, ben ik positiever geworden na mijn operatie en herseninfarct dan dat ik daarvoor was. Toen ik nog ‘gezond’ was en ik alles maar gewoon kon doen en alles kon doen waar ik zin in had. Ben nu positiever over het leven, mijn kansen, problemen. Oké, zeker niet over alles en ook niet elke dag, maar over het algemeen wel positiever. 

In de eerste maanden na mijn operatie was ik in een allesomvattende shock gevangen. Ik leefde nog, dat was het! Maar wat was er allemaal gebeurd? Alsof het leven met een noodstop tot stilstand kwam en ik daarna weer heel langzaam moest optrekken. Het absolute 0-punt voor mijn hoop was bereikt.

Ik had in het ziekenhuis na een aatal dagen de 50-meter test doorstaan. In de gang een eindje wandelen met de fysio. Mijn eerste PR in mijn nieuwe leven. Die eerste 50 meter wandelen was het signaal dat het vanaf nu allemaal beter zou gaan.

Een paar dagen ervoor, de dag na mijn herseninfarct, strubbelde ik nog fors tegen toen de dienstdoende fysiotherapeute mij uitlegde dat ik vandaag nu echt wel op de stoel moest gaan zitten. Dat was goed voor mij.
Ik ging zitten op de koude harde stoel naast mijn bed, met alle toeters en bellen aangesloten.
Ik zat nog helemaal onderin mijn dieptepunt. Ik heb aan de zaalarts duidelijk gemaakt dat ik die nazi-kamparts niet meer bij mijn bed hoefde te zien. Voor je het weet was ik over een paar dagen sterk genoeg om die stoel door haar strot heen te duwen. Dat wilde ik natuurlijk niet.
 
Maar dat was natuurlijk nog voordat ik in een euforie wolk terecht kwam. Het kon vanaf daar alleen maar beter gaan.

Alles komt goed, alles valt mee..  Hee ik kan alweer een hele trap oplopen. 100 meter buiten lopen en weer terug. Ik kan nu soms weer eens een liedje meezingen, bonus! De eerste keer zwemmen; bonus! De eerste keer buiten fietsen; bonus! Hardlopen… zwaar, vermoeiend, onmogelijk. Allemaal bonus!

Ik kon het toen niet en nu kan ik het toch. Zo ging het eigenlijk 6 maanden lang, elke dag iets beter, iets sterker. Meer energie, van 1 keer 20 minuten koffie drinken op het werk naar 5 uur per dag op kantoor.

Na een maand of 6 begon pas het besef bij mij in te dalen dat het wellicht allemaal wel eens iets minder zou kunnen worden dan wat ik ervoor had. Ik had het idee dat alles weer helemaal normaal zou worden. Alles weer normaal, dat klonk goed. Ik stoempte en werkte en deed alles om aan mezelf te bewijzen dat ik alles weer aan kon. Alles!

Dat was mij voor de operatie ook beloofd: “meneer Koster u kunt straks weer net zoveel als een paar jaar geleden toen u voor het eerst klachten kreeg..” Dat zei de arts immers de avond voor de operatie. Helaas zaten er wat kleine lettertjes onderaan het contract.  Er zijn altijd complicaties waar je rekening mee moet houden, helaas. Er was geen andere optie, dus de risico’s moest ik wel aanvaarden. Het alternatief zou zijn dat ik op een weekendritje dood langs de weg zou belanden. Geen geweldig vooruitzicht.

Ik moest een nieuwe weg inslaan en positief denken helpt me om te relativeren, om afscheid te kunnen nemen van mijn oude leven en met een nieuw leven te beginnen. Niels 2.0.

Met nieuwe regels en grenzen. Nieuwe grenzen proberen te stellen.. wat minder allemaal, op afstand.

Soms verval ik in oude gewoontes, ga ik s’ avonds weer ergens vergaderen, laat ik me meeslepen op de fiets of op een feestje. Ik word er keihard op afgerekend, de dag(en) erna. Maar daarna pak je het weer op, want je wil vooruit. Het liefst alles weer helemaal normaal. Zoals daarvoor normaal was maar dan net iets anders of misschien wel beter.

In februari had ik een gesprek met de psychotherapeut waarbij ik mezelf verwonderde dat ik zo verrekte irritant positief was. Ondanks alle ellende zag ik het steeds zo positief in.
Maar wat is ‘positief zijn’ vroeg ik aan hem. Waarom kan je na zoiets überhaupt positief zijn? 
Ik heb gelukkig tijd genoeg om daar nu over na te denken en 4 vormen van positief denken ontleed

1.       Het ‘Niet positief’ denken
Het geluk bij een ongeluk positief. Het had allemaal erger kunnen zijn, je hebt maar geluk gehad. Is er 1 been afgezet? Nou dan heb je geluk gehad, want het hadden ook je beide handen kunnen zijn. Dat is geen positiviteit, dat is negativiteit. Geen empathie, geen inleving. Ontkennen en negeren. Het is eigenlijk een satire van positief denken.

2.       Eigenwijs positief
Tegen beter weten in denken of moeten denken dat het allemaal positief is. Ik noem even het tegeltje: het is de weg niet de eindbestemming waar je geluk vindt. Het is nergens op gebaseerd en gewoon onwaar. Het is het soort positiviteit waar de ellende vanaf druipt. Ik ‘moet’ positief denken, maar ik weet eigenlijk niet waarom. Het type positiviteit waar je met mindfullness mee wordt doodgegooid of op tegeltjes . Het overkomt je echt niet, je moet er voor werken!
Een Tegen-beter-weten-in-positiviteit.

3.       Volhardend positief
Heel lang dacht ik dat ik wist was positief denken was.  Op de afsluitende marathon van de Ironman had ik me ingeprent dat ik ‘gewoon’ ging finishen en dat mijn positieve instelling mij hier ontzettend  bij ging helpen. Maar ik was gewoon alleen maar eigenwijs. Ik kon gewoon niet opgeven en gaf het een naam: positiviteit. Om het kracht te geven lachte ik er altijd bij. Zie die Niels eens gaan. Positief? Nee, wel eigenwijs en volhardend. Het is het voorportaal van positiviteit; hoop. Hoop had ik wel. De hoop dat ik iets kon of wilde doen. Maar het is geen overtuiging, het was door mezelf opgelegd. Niet dat daar iets mis mee, maar echt positief? Nee.

4.       Aangeboren positivisme
Dit is het type positief waar je jaloers op bent, maar waar veel mensen zich graag mee willen vereenzelvigen. Emiel Ratelband: Nee. Churandi Martina: Ja!
Het type positiviteit waar je gelijk om en mee kan lachen. Waar je warm van wordt. Zoals kinderen het benaderen. Ontwapenend en eerlijk, zonder na te denken. Ongefundeerd en helder als water. Omdat het er gewoon in zit. Ik ben iets positiever geworden en verbaas me wel eens dat ik me zo goed voel, ondanks wat er is gebeurd.  Vallen is opstaan en doorgaan. Dat is positief.
 
Om meest positieve Nederlander te quoten:
 
Het maakt niet uit wat je doet in het leven. Blijf er positief aan staan. Het gaat niet goed soms maar leer van die fout. Gewoon doorgaan. Positief!
(Churandy Martina)

  

woensdag 25 april 2018

Harder fietsen

Ik had een paar weken geleden een heel goed gesprek met mijn therapeute over tegenslagen en het indelen van mijn dag om mijn energie zo goed mogelijk te gebruiken. Het is tegenwoordig normaal dat ik het daar over moet hebben. Wat ik voorheen nog kon, kost mij nu eenmaal veel meer energie.
 
Ik ben tegenwoordig het konijn met
het rode shirt rechts..
Of zoals de therapeute zei: “Er zit minder energie in je batterij,  die ook nog eens sneller leeg raakt en ook nog eens  minder snel oplaadt.” Dat is dus 3x woordwaardeloos.
Het is een feit dat sinds dat bloedpropje met een katheter op een heel ingenieuze wijze via mijn lies uit mijn hersens is verwijderd zijn er op dat vlak toch nogal wat zaken veranderd.

 
Elke week een tegel!
Gelukkig kan ik tegenwoordig fietsen en zwemmen weer als ‘normaal’ bestempelen. Daarbij probeer ik zoveel mogelijk vreugde uit al mijn activiteiten te halen. En wat mij nu vooral vreugde geeft zijn dingen waar ik:
     1. gelukkig van wordt
     2. me niet te moe maken

Terug naar het gesprek met mijn therapeute. Ik deed mijn beklag bij haar dat het wielrennen nog lang niet zo lekker ging als ik zou willen. Dat ik er tegenop zie dat het tegenwoordig anderhalf uur harken tegen de wind is (met of zonder meewind) zonder dat je dat ‘lekkere gevoel’ krijgt.

Ze vroeg mij casual wat ik dan zoal deed tijdens het fietsen als ik bemerkte dat het ‘dan een beetje lastig gaat’. Er viel een lange stilte waarbij ik mijn lachen moest onderdrukken.. Wetende dat ik niet het goede antwoord zou zeggen stamelde ik voorzichtig: “Harder fietsen.”

In haar hoofd deed ze een rekensommetje:  “Dus als jij het lastig vindt of als het niet zo lekker gaat dan ga je harder fietsen?”

Tsja..’ when in doubt, pedal it out!’ 

Ik probeerde nog enige trilogica in te brengen: “ Kijk, soms gaat het niet zo lekker en ga je eigenlijk wat te langzaam. Dan wil het wel eens helpen als je even gas bijgeeft. Dan kom je er soms ook wel weer eens een beetje doorheen. Dan ontdek je ineens nog wat verborgen krachten die je hebt gespaard.”

In het retorische vraag en antwoordspel gingen we nog even door.. “Stel” zegt ze zuchtend.. “ik ben een goede vriend van jou en ik heb een zware operatie gehad en ook nog een hersenbloeding. Wat een pech hè. Na maanden herstellen gaan jij en ik samen met mij een eindje fietsen.. Gezellig!  En stel, jij bent zelf helemaal gezond en je hebt nergens last van.
Wat zou jij dan tegen mij zeggen als jij zag dat ik het een beetje moeilijk zou hebben bij het fietsen?”

Dus als jij mij was en andersom, zeg ik tegen haar. Een soort van Veldhuis en Kemper.. maar dan ben ik nu Kemper. Ik kon mijn lachen niet meer inhouden en wist al dat ik deze logica niet meer kon ombuigen. Nou, eh, dan zou ik zeggen: “fiets eens een beetje door.”  Ik schaterde luid.

Tsja. Als je niet kan winnen, moet je er maar van genieten, tenslotte. Na bijna 50 jaar levenservaring heb ik geleerd dat humor altijd sterker is dan logica. En dat heeft me in heel veel gevallen ook prima gered, zelfs in de moeilijkste tijden.

“Nee!”, zeg ik, ”dat zou ik natuurlijk nooit tegen jou zeggen.”

Waarop ze zei: ”waarom vraag je het dan wel van jezelf”. Vind je niet dat het hebt verdiend om iets rustiger aan te fietsen, iets minder goed je best te doen. Dat er misschien wel weer een moment komt waar dat nog kan maar dat je dat nu nog niet oet doen omdat je daar meer afbreekt, dan je opbouwt.

vroeger ging alles makkelijker
Ik ging naar huis met huiswerk.. bij elke fietsrit dat moment opzoeken. Dan jezelf de vraag stellen of je harder moet gaan werken of misschien wel even moet pauzeren?
 
Dit leek mij voorheen nooit een issue. Als ik iets net even harder of moeilijker had gedaan, dan pakte ik het weer op. Hard gefietst? Even op de bank liggen best.
Maar nu kan een half uurtje, wat(!) een kwartiertje temporijden mij al een hele middag en avond uitputten. Dat er niets meer uit mijn handen komt, tot mijn eigen frustratie. Lamgeslagen in bed liggen. Zodra ik dan weer in staat ben wat te doen is de valkuil groot om er opnieuw in te vallen.. omdat je het nu eenmaal gewend bent.

Harder werken, harder fietsen, harder je best doen. Als je dat je hele leven hoort en doet, dan valt het niet mee om iets minder hard je best te doen.  Tijdens elk ritje vraag ik me nu af of dit genieten, afzien, allebei of geen beide is. Wat blijft er aan het eind van de dag als rekening open staan. En hoe moet je de doelen bepalen als je niet weet hoe hard je ervoor moet werken of wat je eigenlijk kan.

Het is echt lastig om niet los te gaan bij een heuveltje of dat laatste stukje tegen de wind in aan te zetten. Het is een valkuil om steeds weer 110% te geven, dat is het ook als je geen lichamelijke ellende hebt natuurlijk.

 1 stap vooruit en 2 stappen terug. Bewust nadenken over het wel zin heeft om wat extra te geven,  het wel eens te laten gaan. Sorry,  ik kan/doe/wil even niet.
Eerlijk gezegd geeft het ruimte aan het ‘moeten’ , omdat ik nu eenmaal niet anders kan.
Ik moest zwemmen, moest nog een duurloop van 15km, moest dat document afmaken, moest naar die verjaardag..
Zonder te hoeven ‘moeten’ ben ik nu helaas al de hele dag hard aan het werk.

Dus de afspraak is dat ik minder mijn best ga doen. Net even iets minder hard fietsen.. 1 tandje lichter. Zodat ik daarna ook net een tandje weer meer kan lachen…

 
'shinen bij de cauberg' met heel veel
"had-ik-het-ook-iets-rustiger-aan-kunnen-doen-momenten"

donderdag 15 februari 2018

Ik ga stoppen met bloggen!

Ik stop er mee, ik stop met die blogs. Ik stop met het schrijven én met het lezen van blogs..
Sportblogs, bleh!

Het schrijven (en lezen) van blogs en verslagen lijkt bij sommige atleten alleen nog maar een lange klaagzang. Het is kommer en kwel in blogland. Het sportleven is een zware last.

Dan heb ik het alleen nog maar over atleten die hun succesvolle blogjes volschrijven met  wedstrijdverslagen over binnen de doeltijd gefinishte wedstrijden. Want als het net even anders liep, of ze hadden gewoon niet genoeg getraind, dan komen de waterlanders. Je zou denken dat triatleten geen watjes zijn, nee, dus. Niet juist dus.

Triathlon is een complexe sport met een boven normale inspanning, dat moet je je natuurlijk wel blijven realiseren. Als een triathlon wedstrijd 100% maakbaar en voorspelbaar zou zijn, dan hoef je er eigenlijk niet aan mee te doen. Ga dan lekker yahtzee spelen en geniet van je gelukkige gouden hand  op het dobbelbord.

Train hard of zoveel als je wil, hou je verwachtingen realistisch en geniet. 

Soms, dan heel soms, dan heb je zo’n wedstrijd waarbij alles samenvalt en je op een wolk zwemt, fietst en loopt. Geniet van die ene keer, want meestal is het gewoon afzien (of waren je verwachtingen wat te laag).
Of wat dacht je van die atleten die volledig terecht een gele, blauwe of donkerrode kaart hebben ontvangen. En toen was het dit en dan is er weer dat. “Iemand anders deed het ook” en toen ging het net even anders en niemand zag het en toen had je dat filmpje moeten zien, toen er nog veel meer gestayerd werd.. ja, geklaag dus. Er woorden in heel wat woorden verspild op het digitale papier over het eigen falen.
Er zouden eigenlijk nog veel meer kaarten moeten worden gegeven, al is het maar om die triatleten wat emotionele eelt te laten kweken. Er wordt namelijk nogal wat net op of over de grens gestayerd,  gesjoemeld of gewoon als overtreding gemaakt .  Als je weet dat afval deponeren buiten de bestemde gebieden bij een wedstrijd dat je een diskwalificatie oplevert…waarom doe je het dan toch? Dan vraag je er om..  #RTFR (Read The Fucking Rules).

Triathleten klagen en dat ze er over gaan schrijven is geen zalf voor opgekropte emotionele spanning, het is een vergrootglas op het pijnlijke leven van een sporter.  
En, ja: ik ben ook triatleet. Ik heb ook heel wat te klagen. Ik vind dat ik tegenwoordig zelfs meer te klagen heb dan voorheen. Minsten 10x zoveel als voorheen. De eerste zwemtraining, de eerste 20 minuten op de hometrainer, mijn eerste 3 km hardlopen sinds september. Het is een drama. Het is een langdurig vermoeiende worsteling met mijn lijf om daar te komen waar ik eigenlijk nooit was.
Want ja, voordat ik aan m’n hart geopereerd werd en ‘n herseninfarct in mijn maag gesplitst kreeg, was ik natuurlijk ook al een middelmatig triatleet.

Ik deed voorheen ook nooit zoveel als ik plande en nog minder dan ik wilde. Ik hoopte ook heel vaak ‘op die ene dag’.. en ,ja: die ene dag heb ik wel gehad natuurlijk. Vroegâh
Mijn beste triathlon ooit. 1995 Liessel.

Ik heb op dit moment dus heel veel redenen of recht om te klagen. Maar net nu heb ik er geen zin in. Er is teveel te klagen. Het is net even te echt. Dat vergrootglas op mijn zogenaamde sportersleven is zo groot dat ik elk details van mijn poriën van mijn atleten huid zie.

Ik geef toe dat ik soms letterlijk op de tacx zit te huilen, gewoon omdat het allemaal zo kut is. Afzien. 30 minuten met 18 km/uur wegstoempen. Dan vraag ik me af waarom me dit is overkomen, terwijl ik motivatie filmpjes op youtube aan het kijken ben. Het is gewoon fucking oneerlijk dat ik niet lekker kan genieten van een beetje hardlopen of fietsen. Waarom is dit me overkomen? Het voelt alsof mijn hele leven in een pot dikke stroop zit.
“Hoe het gaat? Ja, prima”. Nee natuurlijk helemaal niet. Maar het heeft geen zin om te klagen. Je moet verder, dat weet ik ook wel. Ik had in december nog een leuk blogje zitten schrijven over meezingen bij de carnaval, maar ik kan eigenlijk maar een enkele regel meezingen. Ik ben al blij dat ik liedjes weer herken en ik weer kan mee neuriën. Met een beetje oefenen kan ik 2 regels achter elkaar meezingen en dan rollen de woorden alweer over elkaar.  Het praten is alsof ik een karaoke nummer moet zingen waarvan ik de tekst pas net voor me zie, in het koreaans. Gelukkig kan ik mij wel prima verwoorden in alledaagse gesprekken. Koetjes en kalfjes is prima, daar merkt niemand iets van. Vermoeiend en frustrerend, ja dat is het wel. Soms is het wel grappig als ik een tour-de-mallêtje maak… ik bedoel een gille-de-la-tourette versprekingkje maak. Daar kunnen we dan thuis wel over lachen.
 
Er is eigenlijk alleen maar wat te klagen, als er niet echt iets te klagen is. Als je lekker oud hollands kan nuilen over wat er allemaal niet goed is gegaan.

Pas als ik straks weer een echte lekkere triathlon ga doen (en finishen) en kapot en teleurgesteld mijn racereport kan intikken. Ik kijk er al naar uit, over een paar maanden of over een jaar, dat ik weer met overgave met teleurstelling een blogje kan typen.
Dat je denkt; “nou dat blogje van Niels dat is ook wat.. slechte wedstrijd, heel veel pijn en nog een gele kaart ook.” Dat lijkt me heerlijk!
Afstappen bij de Frysman.. genieten!


dinsdag 14 november 2017

Zingend het jaar uit


Ik loop tegenwoordig de hele dag zingend door het huis. Het maakt me niet uit wat het is; Nederlandstalig, Engelstalig, pop, volksliedjes en zelfs kinderliedjes. Niet dat ik zo’n goede zanger ben, integendeel, maar ik heb wel steeds de neiging om de hele dag te zingen.
Ik zing heel vaak tijdens trainingen en wedstrijden. Het geeft me het gevoel dat ik kan precies peilen hoe mijn trainingen verlopen. Als ik “in de flow” zit dan kan ik steeds dat ene regeltje van een liedje blijven zingen of neuriën. Dat ene deuntje geeft me dan precies het goede gevoel. Aan de andere kant,  als ik geen goede melodie kan vinden, dan verlopen de trainingen vaak zwaar. Dan kan het een eeuwigheid zijn om de trainingen af te werken. Soms begin ik al voor de training met het afluisteren van een playlist met de beste liedjes om ze daarna tijdens de trainingen te gebruiken. Alleen om ‘dat ene gevoel’ op te roepen.

Zingen of neuriën in mijn beleving een geweldige manier om je training te beleven.  Sommige atleten vertrouwen helemaal op hun vermogensmeters. Het is alsof de cijfers op je horloge aangeven hoe het met je gaat. Er zijn steeds nieuwere methodes om trainingsintensiteit en vordering te meten en steeds meer atleten vertrouwen op de cijfertjes.
Uit de pre-hartslag periode.. 
Vroeger vond ik het trainen met een hartslagmeter eigenlijk ook al een opgave. Alsof ik een slaaf van de machine ben. Noem me ouderwets, maar als je bent opgegroeid met een dozijn Terminator films of met de trilogy van The Matrix kan je ook niet anders verwachten dat je een volwassen argwaan tegen machines hebt gekregen. Een machine kan je geen echte vreugde geven. Ja!, ik heb ze wel natuurlijk..gadgets. Ik ben gek op gadgets. Alleen als spielerei. Als het over serieuze trainingsarbeid gaat, dan is er geen betere graadmeter dan een pakkende melodie welke langdurig in m'n hoofd doorgalmt.

Nu denk je; “waarom loop je dan thuis zo te zingen?” . “Gaat het dan nu al zo goed met revalideren dat je weer aan het trainen bent?” “Ben ik al luidzingend mijn trainingsrondjes  aan het afwerken?”. Helaas, zo snel gaat het (nog) niet. Het revalideren beperkt zich nu tot 25 minuten op de hometrainer en daarna aansluitend 20 minuten badmintonnen. Samen met mijn groepje van 60+’ers lig ik dubbel van mijn revalidatiegroepje. Na dat uurtje fysiotherapieen blijf ik met mijn tong op m’n schoenen uitgeput de rest van de dag op de bank liggen. Ik heb nog een maand of 4 á 5 nodig om weer echt weer goed fit te worden. En misschien wel meer dan een jaar om weer helemaal “de oude” te zijn.  
Maar, om ‘ on topic’ te blijven,  ik zing volop. Ik zing om te oefenen. Ik oefen de hele dag liedjes. Na mijn herseninfarct kon ik een paar dagen erg lastig spreken en godzijdank is dat heel snel weer de goede kant op gegaan. Maar ongeveer een week geleden ontdekte ineens dat ik geen enkel liedje meer kon herinneren.  Ik bladerde mijn hele spotify playlist door en kon melodie en tekst maar moeizaam reproduceren.  Ik herken de liedjes wel, maar nazingen of zelfs mee neuriën was moeilijk. Ik kon niet meer zingen.

Je kan natuurlijk prima leven zonder zangtalent. Ook met alleen maar luisteren naar liedjes kan je ook prima je dag vullen. Maar hoe het gaat het dan straks bij de carnaval? Hoe gaat het dan straks als ik weer ga trainen op de fiets?
6 uur 1 regel van een liedje zingen..YES!
Tijdens Ironman Maastricht (2016) heb ik bijna 6 uur lang dat ene vervelende liedje in mijn hoofd gehad. Ik neuriede en zong dat ene regeltje steeds en steeds weer. Ik haatte het en ik hield er van. Ik kon niet meer zonder. Als een motor zonder benzine, als een vogel zonder vleugels. Of vul elke willekeurige songtekst van Nick en Simon maar in. Hoe ga ik dat doen als de woorden en de melodie niet meer samenkomen. Als ze niet meer vrij in mijn hoofd kunnen rondspoken.

Ik ben gaan oefenen. Steeds eenvoudiger en simpeler. Tot ik ben afgedaald naar het niveau van kinderliedjes. ‘1,2,3,4 hoedje van’ en ‘kortjakje die altijd ziek is’ en vanaf daar ben ik met het Wilhelmus van Na-ha-hause’weer aan het opklimmen. Via ‘de vlieger’ vlieg ik naar ‘een beetje verliefd’ en neurie ik alweer carnavalsliedjes.
Het is een ontdekkingstocht naar liedjes en melodieën.  Na 2 weken zingen en oefenen hangt er af en toe weer zo’n irritant deuntje in mijn hoofd. Zo’n regel die maar blijft hangen als je hem net op de radio hebt gehoord. Ook al verschijnen de liedjes nu weer uit de mist terug,  makkelijk gaat het zingen nog niet. Die woordvinding problemen zijn lastig. Ja, in mijn hoofd lukt het wel, daar gaat het prima. Vloeiend teksten meezingen kan ik het er nog niet uit krijgen. Dat is misschien een hindernis die net iets te hoog blijft.

Ik oefen met veel plezier. Tijdens die eenzame ritjes op de fiets is er straks geen mens die zich er aan kan of zal storen.  Goed, fout, vals, uit de toon en volkomen incorrect zal ik dat goede gevoel straks weer omzetten naar een heerlijke training.  

donderdag 31 augustus 2017

De roestige Ironman


Ik wilde al een tijdje weer eens een blog schrijven over mijn  triathlon ervaringen. Er zijn tenslotte alweer een paar triathlons gepasseerd dit jaar. En het is ook meer dan een jaar geleden dat ik euforisch over de finish in Maastricht kwam en daar heroische epische memorabele woorden over neerzette, ja toch.

Hoe lang duurt het eigenlijk voordat die Ironman magie is uitgewerkt? Duurt dat echt een leven lang? Dat je je Ironman t-shirt kan dragen zonder dat je er op aangesproken wordt.. of jij andere mensen er op aanspreekt.

Wanneer verschijnt de eerste roest op het onkreukbare ironman logo? Het ouder en langzamer worden is een onderwerp waar ik vaak over nadenk, of beter gezegd: waar ik veel mee geconfronteerd word. Ben ik de roestige Ironman. De contouren van de geweldigheid zijn zichtbaar maar de glans gaat langzamerhand schuil onder een laagje aftakeling. Trek je in één keer die conclusie, is het een illusie. Of blijft die glans voor altijd als een Tellsell Supersale op je aura shinen?

Al een paar jaar worstel ik met teruglopende tijden of  het überhaupt succesvol kunnen uitlopen van wedstrijden. De impact van mijn leeftijd is veel groter dan ik had verwacht. Vorig jaar nog Maastricht volbracht en dit jaar worstelend om een paar km te hardlopen.

Begin mei bij de UT teamtriathlon: een supersprint! Een wedstrijd die veel moeilijker is dan de afstanden doen vermoeden; 175 meter zwemmen, 8 km fietsen en 2,3 km lopen.. hoe moeilijk kan het zijn. Na 175 meter zwemmen sprintend naar de fiets. Ik hark en zucht, deze paniekaanval van een triathlon is een aanslag op mijn lijf. Opzij, opzij, opzij, maak plaats.... mijn hartslag tegen de 250. Mijn hersenen leggen het werk neer. Ik ben benauwd, alles vervaagd.. Tempo, tempo, tempo: roep ik tegen mezelf. Mijn lichaam weigert harder te gaan. Na een km of 5 fietsen zakt de 'paniek' langzaam weg en kan ik toch nog normaal uitrijden en lopen. De middagserie ben ik niet eens gestart.. het was hyperventilatie of iets anders.. ik kon gewoon niets.

Meer trainen is natuurlijk de oplossing zijn. Dat is echte triatleten logica. Beetje bij beetje zag ik weer vooruitgang, alhoewel ik thuis net 10 km hardlopen kan volhouden gaat het zwemmen en fietsen beter. Een sprint triathlon met mijn zoon Meinte in Zeewolde, een 1/8e in Weert bij de 4e divisie. Het was erg warm en weer kwam die paniek, het lichaam weigerde, ik negeerde de signalen en zette door. Met pijn op de borst doorgelopen; zwetend, schokkend, kreperend...maar gefinished.

Ik sla nu even wat chronologische zaken over, niet omdat ze niet hilarisch of boeiend zijn, maar omdat ze in het niet vallen bij het vervolg.

Vorige week komen we na 2 fantastische weken terug van vakantie in Frankrijk. Het was heerlijk. Ik heb met Meinte in de Alpen gefietst en voor het eerst 'echt' geklommen. Ja ik geloof er weer in, kan weer een inspanning doen heb ik het gevoel.



Ondertussen was ik voor onze vakantie al bij de huisarts geweest, gewoon voor de zekerheid en had een gesprek met de cardioloog gehad. Gewoon voor de zekerheid. Misschien een vernauwing en door even te kijken met een katheterisatie waren we daar zo achter. Als we iets vinden kunnen we ook direct dotteren, dus goed en makkelijk te verhelpen. Ja toch. Dotteren is tegenwoordig een dagbehandeling, poliklinisch. Een bezoek aan de tandarts is moeilijker in te plannen en duurt nog langer ook. Wacht.. ik doe er langer over om naar de kapper te gaan!

Dinsdag, een week nadat we terug waren van vakantie, was het al zover. Nog licht euforisch en gemotiveerd door de 1-2 op het NK triathlon in Veenendaal van Niek en Donald. Nog even lekker de hooligan uitgehangen met een blauwe rookbom, heerlijk. Volgend jaar zelf ook weer mooie triathlons op het programma.. of toch weer een Ironman? Ik voel dat alles straks weer mogelijk is.


"Ik roep uw vrouw er even bij om te bespreken wat ik net allemaal gezien heb" zegt de cardiologe als ze de katheter terugtrekt uit de slagader in mijn pols.. In mijn hoofd herhaal ik de woorden, terwijl ik nog misselijk en gespannen van de ingreep ben; "wat ik allemaal gezien heb?" Wat betekent dat.. Ik dacht dat er niets te zien was, ze heeft tenslotte niets gedotterd, of heb ik dat gemist in de commotie.

"Vernauwingen links en rechts". Annette en ik kijken naar de opnames op het scherm. Contrast vloeistof vloeit als bliksem door mijn aderen en precies zo voelde het ook.. "ik zakte wel even weg", zeg ik nog opgelucht dat het voorbij is. "Kijk, hier links kan u goed zien dat de vernauwing helemaal aan het begin van uw kransslagader zit. Als hier wat mee gebeurd zullen de gevolgen groot zijn. We gaan dit bespreken in het medische team maar rekent u maar op een bypass operatie over een week of 4".

Het is stil.. ijzig stil, als na een inslag van de bliksem.

Het personeel doet de nazorg. Het gordijn gaat dicht. "Heeft u goed begrepen wat er net allemaal gezegd is? De situatie is ernstig." Iemand fluistert buiten het gordijn: "meneer heeft net slecht nieuws gehad".

Ik heb het gehoord maar nog niet echt begrepen. Wat is dit? Hoezo? Wat? Ik voel me best OK, toch?
Vorige week klom ik nog een uur op de Col de Manse.
We zijn Bedasses!.

Wat nu? vraag ik aan de verpleging. "U moet niet meer gaan sporten meneer Koster". "Werken? Als het u ontspant om een paar uurtjes per dag te werken dan kan u dat wel doen denk ik"

Ik rol zo van één van de leukste vakanties van mijn leven naar de donkerste en slechte dag die ik heb meegemaakt.
Kan toch wel gewoon een rondje fietsen, toch? Gewoon recreatief? "Meneer u heeft nu geen schade en daar moet u echt heel blij mee zijn, als er iets gebeurd is het niet te zeggen of u daar nog goed uitkomt. Voorkomt u gewoon elke inspanning of stress de komende weken".

Ik huil, ik zucht. We kijken elkaar aan.. Ik probeer opgelucht te zijn. Denk aan de lange termijn. Straks kan ik alles weer, ja toch? Ja, als u een jaar verder bent kunt u echt weer alles wat u een paar jaar geleden ook kon. Dat is wel mooi, denk ik. Maar eerst zagen ze me open en moet ik er vanuit gaan dat het komende half jaar in het teken van revalideren staat.

Geen triathlons, loopjes, zwemmen, trainen met Meinte.. werken in de tuin, avondje naar de kroeg, traplopen.. Ik weet helemaal niet meer waar ik naar toe ga.
Geen stress zeggen ze dan.

Toen ik 's ochtends het ziekenhuis binnenkwam voelde ik me een Ironman. Dit klusje ging ik ook wel even klaren. Nu voel ik mee als een oud roestig versleten en vergeten beeldje dat in de garage is blijven liggen. Het ligt ergens achter op een schapje lig te wachten tot iemand besluit of het al dan niet de moeite waard is om hem nog te bewaren.

Na 6 uur wachten tot de ader in mijn pols weer dicht is mag ik naar huis.
Ik pak m'n tas en zeg de verpleging gedag. Past u op meneer Koster: "niet meer de trap oprennen hoor...."





Tot slot:

Dit is geen leuke blog, zoals ik ze wel eens schrijf. Maar misschien moet je slechte dingen ook gewoon delen. Ik heb in elk geval gemerkt dat ik het fijn vind om het te delen en erover te praten.
Dit nieuws heeft natuurlijk een ontzettende impact op mijzelf en ons leven als gezin. Veel meer dan dat ik hier in een paar woorden kan weergeven.
Deze slechte déja vu is als een donkere droom die ik al eens eerder beleefd heb. Het is meer dan 25 jaar geleden dat mijn vader hetzelfde overkwam.. zelfde leeftijd, zelfde vage klachten, zelfde uitslag, zelfde operatie. Toen met slechte afloop. Gelukkig is de operatie tegenwoordig met weinig risico, in elk geval veel minder dan toen, maar evenzogoed ingrijpend. Ik zal de komende tijd wellicht niet zoveel op social media actief zijn.. of misschien juist wel. Hopelijk kan ik volgend jaar weer actief zijn in de sport waar ik zo van hou. Ik hoop in elk geval dat ik volgend jaar een blog kan schrijven en dan terug kan kijken op een ander leven en de toekomst er weer anders uit ziet.

Niels





dinsdag 2 augustus 2016

De 10 mooiste en slechtste momenten van mijn IM Maastricht


Een race verslag..leuk!
Nee, niet leuk.. "Eerst ging ik zwemmen en toen moest ik fietsen en dat was heel ver en toen lopen en toen was ik moe". Albert Geerling zei het ooit eens zo mooi over al die raceverslagen na een triathlon. Hij heeft/had wel een beetje gelijk. Daarom heb ik me beperkt tot de beste en de slechtste 5 momenten van mijn Ironman Maastricht. Keurig verzameld en aan het digitale papier toevertrouwd.

Ik bouw de spanning langzaam op en begin met de minst slechtste, en dan wissel ik het af en bouw ik het op naar het hoogste- en absolute dieptepunt. Eerlijk gezegd ben je op een gegeven moment niet meer in staat om tijdens zo'n wedstrijd de hoogte en dieptepunten van elkaar te onderscheiden.

Vergezicht op zwemparkoers Ironman Maastricht

5 Hoosbuien

Ja, het regende tijdens IM Maastricht. En niet zo'n beetje ook. In de eerste ronde fietsen (90km) had ik de afdalingen goed in me opgenomen, de meeste kende ik nog wel van de Amstel Goldrace of de Volta cycling classic. Dat werd dus knallen in de tweede omloop, totdat de hemel openbarstte. Het water stroomde over de straten, op sommige stukken zag je geen betonplaat meer liggen en reed je door een paar cm water. Hopen dat er geen grote gaten in de weg zaten. Mijn voornemen om in de tweede omloop dus nog een tandje harder de afdalingen in te gaan moest ik laten varen (hahaha varen! briljant). Gelukkig bleven ongelukken mij bespaard, er lagen al genoeg atleten op het asfalt. Nog even los van de tientallen lekke banden die ik onderweg zag.

5 Het materiaal

Specialized Tarmac
Kijk, aan het materiaal ligt het niet. Vroeger (toen ik goed was) moest ik het doen met wat ik maar voor weinig of niets kon krijgen. Tweedehands kleding van een teamlid, een surfpak van mijn 20 cm langere broer of een gratis binnenbandje van de plaatselijke tandenloze fietsenboer. Tegenwoordig heb ik alles hageltje nieuw. Ik kan kiezen uit 2 fietsen om de wedstrijd op te rijden. Ik koos voor mijn Specialized Tarmac, een gewone (ahum) wegfiets. Prima keuze op dit parkoers. Helemaal nagekeken door Roelofs Fietsenspeciaalzaak, er kon niets misgaan

Lazer Wasp
Ik had een gloedje nieuwe Lazer WASP tijdrithelm.. Wat een genot!
Tijdens de stortbuien zat ik dankzij die helm in een cocon van stilte, droogte, rust en warmte. Mijn lijf werd nat maar in mijn hoofd bleef het droog.

Dit jaar ook een nieuw TYR wetsuit gekocht (via Davilexteam). Simpelweg fantastisch om in te zwemmen. Ik denk nog wel eens terug aan dat surfpak.. het water stroomde aan de voorzijde zo hard naar binnen dat ik het gevoel had dat ik in een parachute aan het zwemmen was. Mijn huidige wetsuit houdt mij tot bijna halverwege de 3,8 km droog. Als ik er bij een kortere afstand in zou zwemmen dan zou ik gewoon droog aan de kant komen, ben er van overtuigd. Maar gelukkig doe ik niet van die korte triathlonnetjes..

4 Eenzaamheid

Tijdens IM Maastricht heb ik geen meter alleen gereden. Altijd zag ik wel een andere atleet ergens voor me rijden (of lopen). Ik ben ongeveer 600x ingehaald, dat was prima en ingecalculeerd. Bij het lopen echter merk in je in de laatste 2 ronde's dat het aantal deelnemers dat nog overblijft snel minder wordt. In je laatste ronde loop je wel eens in een lege straat of staan de bewoners hun tent al in te pakken en lopen de terrassen leeg. Maar eenzaamheid verbroedert, je krijgt meer gesprekken met je medestanders. Gedeelde smart is halve smart tenslotte. Stuart uit Engeland, die in zijn derde ronde zat toen ik al in de laatste liep. Wandelend, lopend, rennend, hinkelend elkaar moed inspreken. Beloven dat erop de finish iets ligt wat ongrijpbaar magisch is.. succes, good luck, hang in there.. samen alleen zijn. Terwijl je jezelf afvraagt: " waarom doe ik dit ook alweer?".
Er was echter maar plaats voor 1 gedachte in mijn hoofd.. ik moet finishen!

4 De Leeuw van Vlaanderen brult!

ergens op de grens tussen Nederland en Belgie, op een stuk betonstraat in niemandsland. Op een lokatie die een mooie start zou zijn voor een veldrit, stonden 2 vlaggen van de Vlaamse leeuw aan beide kanten van het pad opgesteld.
Naast de vlaggen stond een stalen constructie waar voor en na elk atleet een steekvlam van ca. 1 meter uitvloog.
De Leeuw brult..
De leeuw brult: Welkom in Vlaanderen.  Welkom in het hol van de Leeuw! Het zwaarste en lastigste stuk fietsparkoers ging over een onafgebroken reeks heuvels en dalen met betonplaten, bochten en obstakels. Vlaanderen is Vlaanderen.. Soms lastig om van te houden maar ook een eenvoud en schoonheid in het landschap waar ik echt van heb genoten tijdens het fietsen.

3 Plassen

Ik moet plassen. Na 1 ronde fietsen gaat die gedachte ongeveer 50 km lang door mijn hoofd. "Plas dan op de fiets!": zeg ik tegen mezelf. "Als je toch zo nodig moet, toe dan". Het lukt niet.. 20 km lang probeer ik al fietsend te plassen. Er komt niets. Bij een verzorgingspost stop ik bij de Dixi. Met veel gewurm en gedoe shirt en trisuit omlaag..
Was ik eens de trotse bezitter van een penis, nu kijk ik naar een verschrompelde drukknop.  Alsof ik vuur aan het plassen ben zo sproeit er urine uit, dwars door de Dixi. Mijn urinebuis is ontstoken door de 140 km fietsen op het soms hobbelige parkoers. Pijnlijk. Au! Gelukkig voel ik me opgelucht na het sproeien en kan ik ook weer gewoon op mijn zadel zitten.. De laatste 40 km is aftellen, het fietsen zit er bijna op, maar krijg ik ooit mijn pielemans weer terug?

3 Ik heb geen zin meer

Het is iets wat elke triatleet tegen zichzelf zegt.. Stuart die ik eerder al noemde, Bas Diederen, maar bv ook Stefan van der Pal; de winnaar van de Frysman, DE Frysman, zeg maar! Ik sta bij een verzorgingspost en doe een poging even mijn been te strekken terwijl direct in een andere spier een kramp schiet.. Ik vloek.. *(&^*@  "Wat is er aan de hand grote vriend", zegt Stefan.. Ik denk: "Hee Stefan vd Pal loopt ook nog, net als ik dus!". Op zijn advies neem ik een TUCje, om een beetje zout binnen te krijgen. Droge troep trouwens als je het niet voor de buis bij een biertje neemt.
"Ik heb helemaal geen zin meer, echt helemaal niet meer.." zegt Stefan. Ik weet wel dat ie gewoon doorgaat, maar het is als zalf op mijn wonden. Dus ook deze toppers verliezen in deze fase een beetje de lust. Ik ben eigenlijk best normaal. We spreken elkaar nog een beetje moed in en gaan allebei weer op weg. Hij loopt ik strompel. Ik roep nog: "kom op Stefan, dan maak je maar zin.. dat zou je moeder ook zeggen". Er een beetje vanuitgaande dat iedereen uit Friesland op dezelfde manier is grootgebracht. Niet sjanteren maar doorzetten. Het geeft mij weer net voldoende energie om de volgende 5 km af te leggen.

2 Pietersberg

Ze zeiden: er zit nog wel een heuveltje in het parkoers, een heuveltje.
Het blijkt dat parkoersverkenning eigenlijk noodzakelijk is.
De Pietersberg is een heuvel als een dijk. Pittig, stijl en een verschrikkelijke aanslag op je spieren. Ik haat de Pietersberg. Ik betaal hier de prijs voor mijn tekort aan trainingen. 40 uur zwemmen, 90 uur fietsen en 60 uur hardlopen en nog wat uren in de sportschool. Mijn voorbereiding voor IM Maastricht. Efficient getraind, maar pijnlijke realiteit op dit moment.

Naast alle fysieke ongemakken blijkt dat André Rieu aan de voet van de Pietersberg woont. In de tweede ronde (of de derde of eerste, weet ik veel) zit André in het parkje naar het schouwspel te kijken. "Hee André Rieu", denk ik..
Ik zie dat hij ziet dat ik zie dat hij ziet dat ik hem herken.. Maar, ja hij kent mij natuurlijk niet.. Ik lach daarom wat naar hem, met een knikje van herkenning en en hij knikt vriendelijk terug. Waarom speelt ie eigenlijk geen stukje viool? denk ik ik voor 10 seconden, todat die 'berg' me weer kapot laat gaan.

2 48 jaar

Lastig punt. In de derde ronde had ik het zwaar en voelde ik emoties opborrelen. Peter ten Tuijnte kwam ik tegen. "Ik zie je zo bij de finish"..zegt ie. "Doe maar alvast een biertje"; roep ik. "maar niet van dat flauwe alcoholvrije he.." tenminste "als ik niet dood neerval"; denk ik.
Ik denk aan mijn vader, die was (ook) 48 jaar toen hij overleed. En ik doe een Ironman, wat betekent dat? Vanaf het begin van dit jaar stromen die gedachten al door me heen. Ik word 48. Misschien doe ik daarom wel deze idiote race.. Waarom doe ik dit? Ik denk het al de hele dag..waarom?
Omdat ik leef en ik wil leven. Dit is leven, idiote dingen doen en genieten, naar bekende en minder bekenden roepen dat het goed gaat en 'hou vol' en 'we doen het samen'.
Voor mijn vrouw en kinderen. Ik kan het, dus jij kan het. 48 is niet het einde voor mij, ik zit er middenin. Ik begin vandaag gewoon aan een nieuw leven, als Ironman!

Er zijn nog 2 zaken over; mijn 2 meest opmerkelijke momenten van Ironman Maastricht. terwijl ik voor mijn gevoel al gefinished ben. Alleen nog even uitlopen dus...

1 Het lastigste punt van de dag

Het lastigste punt is in de derde ronde, eigenlijk de hele derde ronde is afschuwelijk. Ik voel me misselijk, ik heb honger, ben duizelig en heb het warm. Als ik erover schrijf breekt het zweet me weer uit. Bij de start van de 3e ronde zie ik Ramon, ik kan het niet meer verbergen of verbloemen. "Ik voel me slecht", zeg ik tegen hem. Ik denk dat hij weet wat ik bedoel. Ik kan even niet meer lachen. Geen vingers meer in de neus, geen grappen of grollen. Even later kom ik Sietske tegen. "Hoe gaat het?" roept ze enthousiast. Ik wil zeggen: OK! maar ik roep: "het gaat KUT!" shit! waarom zeg ik dat nou.. waarom zeg ik niet "joepie..nog 1,5 ronde" maar het is K*&.. dat is wel zo.
Annette (mijn vrouw) ziet het gelijk. De grauwe kleur op mijn gezicht. Ik voel zelf ook dat ik grauw , grijs en klam ben. Bij een verzorgingspost wil ik eigenlijk even gaan zitten, maar ik kan nauwelijks rechtop blijven staan. Als ik nu ga zitten dan kom ik misschien niet meer omhoog en als ik hier blijf staan dan roept iemand misschien wel een EHBO'er. Ik moet doorlopen. Ik moet naar de finish. Uit wanhoop pak ik op het laatste punt bij post een stuk banaan. Dan maar een banaan, denk ik. Hij smaakt heerlijk, bijna goddelijk. Ik voel de structuur in mijn mond en geniet van elke hap. Gered door een banaan ga ik verder. Zo loop ik door van banaan tot banaan. Nog een gelletje en nog een cola.. toe maar. Het lijkt wel feest!

1 De fans

Van alle zaken die in de triathlon meetellen is er 1 factor die doorslaggevend is voor het succes en dat is de support van de fans. Het thuisfront, de kennissen, de medeatleten, de onbekende juichers langs de kant en ja, zelf het knikje van André Rieu.

Maurits Smakman op de Bemelerberg.. De hele Scheltinga clan bij de ingang van de tweede fietsronde, ik juichde me gek (zie foto). De familie Bouman en alle andere supporters van Triathliem uit Didam. De Davilexer's; Rob, Donald, Stefan, Menno en Ruben inclusief familie. Het "kom op Davilex" van Edo op de Halembay. Ik sport niet op gels en repen, niet op brandstof of sportdrank.
Als ik tijdens de wedstrijd denk aan de finish zie ik geen finishboog of zwart-rood tapijt..Ik zie mijn gezin staan.. Ik zie de bewondering en hun lach. De tranen schieten in mijn ogen.

Bij de start van het zwemmen werden voiceberichten via de Ironman geluidsinstallatie afgespeeld. Annette had er ook één ingesproken. Ik was stil en ontroerd, een persoonlijke boodschap tussen 1000'n mensen. Zo direct van haar naar mij. Mijn brilletje moest ik even afdoen, de glazen besloegen aan de binnenzijde. Ik moest het doen, ik wilde het doen en heb het gedaan. Voor mezelf en dankzij velen.
Ik ben een ironman!

en voor iedereen die het niet gelooft, de video 'or it didn't happen!'



(ps en mijn pieleman is ook weer terug!)

vrijdag 15 juli 2016

Triathlon; het belangrijkste in het leven!


Het belangrijkste in het leven is triathlon. Niet alleen in mijn leven, in ieders leven.  Al het andere in de wereld vervaagd bij het doen van deze fantastische sport. Het leven bestaat voornamelijk uit bijzaken Én triathlon. Triathlon; zwemmen-fietsen-lopen. Niet van die lullige afstandjes, nee hoe langer hoe beter. Langer is leuker. Pijn is fijn. Geen leven zonder triathlon.
Triathlon is toppie!

Afgelopen zaterdag deed ik mee aan de Frysman en was ik bovenstaande statement even vergeten. Het was me zomaar even ontschoten. Opeens was er een idiote gedachte in mijn hoofd gaan zitten dat het 'leuk' moest zijn. En ik ben nu eenmaal wat minder goed in 'leuk' heb ik gemerkt, behalve tijdens de Carnaval, maar dan ben ik ook gelijk hilarisch.

TYR warrior!
Dat het niet meer leuk was had ik al snel door. Zo vlak na de start van het zwemmen. Normaal kijk ik uit naar het zwemmen omdat me dat vrij eenvoudig af gaat. Natuurlijk is meer dan een uur zwemmen best nog een eindje, maar het is nog steeds 'maar' een uurtje en in vergelijking met de andere onderdelen is het zo voorbij. Een beetje met je armen in het water zwaaien en je kom er wel. Je zweeft half gewichtloos glijdend door het water, hoe moeilijk kan het zijn. Je krijgt het ook nog eens niet snel te warm en je mag nog stayeren ook.

Ik was daarom bijzonder teleurgesteld dat ik het gevoel kreeg dat ik niet vooruit ging en praktisch alleen zwom. Dit uurtje kon wel eens heel lang gaan duren. De tweede ronde ging het iets beter en was het 3 slagen vooruit en 1 slag terug. Moe maar voldaan kwam ik uit het water. Gelukzalig constateerde ik dat meer dan de helft van de fietsen nog in de wisselzone stond en ik dus gewoon 'goed' had gezwommen, ondanks de 1'24 die op de klok stond.

Carnaval is wel leuk,
Ook alleen met z'n drieen. 
Nu moet je weten dat triathlon een sport is die zeer geschikt is voor geestelijk beperkte schizofrene ADHD patiënten. Ga maar na; wie doet er nou liever in zijn eentje 3 sporten, in plaats van met z'n 3'n 1 sport. Dan heb je dus naast teveel energie ook nog eens onderontwikkelde sociale skills. 10-20 uur per week trainen, feestjes overslaan, bizarre eetgewoontes.
De definitie van Triathlon klinkt als de omschrijving van een aanvullende polis met 3 sterren.
Dat zit niet in de basisverzekering.

Als je heel even bij zinnen komt en min of meer 'normaal' gaat denken, dan slaat de twijfel toe.
Dan ga je denken: "dit is eigenlijk helemaal niet normaal" of "dit is helemaal niet leuk"of nog erger: "waarom doe ik dit?". Als dit soort vragen en uitspraken in je hoofd opborrelen dan ben je gestopt met het doen van een triathlon maar ben je bezig met het eerste onderdeel van de trut-a-thlon.

Waar ik normaliter de eerste 90 km steeds hetzelfde liedje aan het neuriën ben, zit ik nu antwoorden te bedenken op vragen die ik niet weet. Het knaagt aan me. In plaats van "work, work, work, work, work" te zingen van Rihanna zing ik nu het "waarom, waarom, waarom, waarom" van NielsuitElst.

Na 90 km (2 rondes) stop ik bij mijn familie. Ik voel me slecht, moe, misselijk, slaperig en ik heb last van kramp. Ik heb er niet alleen geen zin meer in, ik ben gewoon slecht. Mijn moeder en haar vriend Freddy zijn net aangekomen op de dijk waar ooit de Hollanders door de Friezen werden verslagen in de zoveelste poging Friesland in te nemen. Wat ben ik? Hollander of Fries.

Vooruit nog 1 rondje, gelukkig fiets ik dat rondje helemaal alleen en zie ik geen enkele andere deelnemer.  En daarna nog maar 1 rondje fietsen, want ook mijn broer is in de 3e ronde net uit Groningen gekomen.

Eerlijk gezegd fiets ik op dat moment nog liever een rondje met kramp dan nu te moeten uitleggen waarom ik niet meer met kramp wil fietsen. Ik wil niets uitleggen.. Ik wil gewoon een leuke triathlon.

Trots om in t Davilextenue te starten
In de 3e ronde zing ik ook opeens weer een liedje en in de 4e ronde sta ik 3x met kramp naast de fiets. Vanaf de buitenkant van mijn heup, via de binnenkant naar mijn lies naar de voorkant van mijn knie loopt via de knieholte naar het puntje van mijn achillespees een krampje door mijn been. Het is bidden tot het weg trekt..en gillen. Dan zo snel mogelijk weer opstappen en weer door. Zodra ik fiets kan ik ook weer echt doortrappen. Wind tegen of niet maakt me niet meer uit.

Lopen is geen onderdeel van de trut-athlon en dus weet ik zeker dat er niet gelopen gaat worden vandaag. Wij zijn het er met onszelf over eens. Onder geen voorwaarde, het moet tenslotte leuk blijven. Triathlon is namelijk he-le-maal niet belangrijk.

De enige tri die belangrijk is zijn die drie die bij mij thuis op de bank zitten. Het is een belachelijke onderneming voor een midlife 40'er van bijna 100kg. Wat denk ik eigenlijk. Met het figuur van een discuswerper zo'n idiote duursport gaan doen. Het is vragen om problemen. Die hele sport is waanzin, ze zijn allemaal gek geworden! Triathlon is stom!

En ik wou zo graag een keer een leuke lange triathlon doen, beetje makkelijk zwemmen en dan met fietsen een beetje op tempo maar gematigd die 6 uurtjes uitfietsen. Dan als toetje aan één stuk door in iets van een uur of 4 de marathon lopen. Een voorbeeld als Davilexatleet voor de rest van de wereld.
Wat ik vandaag aan het doen was leek helemaal niet op het plan en dus was het plan stuk. Ik was stuk, alles was stuk.

perfecte anti-stayer wedstrijd!

Omdat mijn broer Willem hoopvol naar me toe komt gerend of ik toch gewoon ga beginnen aan het hardlopen kleed ik me om. Ik toon mijn goede wil, maar ik ga niet lopen, dat is duidelijk. "Nee ik ga niet lopen hoor". "Het gaat niet"; zeg ik tegen mijn vrouw en vooral hardop tegen mezelf. Van de fiets: kramp, fiets ophangen: kramp. Maar bij het omkleden krijg ik helaas geen kramp, ik maak gebukt mijn veter vast en er gebeurd verdorie niets.. wat is dit?
Ik ga NIET lopen.. en vertrek toch.

Bij de eerste verzorgingspost neem ik een lekker stukje suikerbrood en maak ik een gezellig praatje. Mijn tempo is nog best aardig, maar elke kilometer schiet er wel ergens een krampscheut doorheen. Ik ben gestopt met denken. Ik kan niet anders meer dan stoppen, er is geen strijd meer over om te strijden. Ik baal dat ik niet uitgeput langs de weg lig. Dat ik niet zo kapot ben dat ik niet meer kan lopen of praten.. Ik voel me schuldig, dat ik familie laat opdraven om mij niets te zien doen. Schuldig dat ik zo'n mietje ben.

Op zondag zie ik Contador in de volgauto instappen.. met een slap handje zwaait ie naar de camera. Tsja.. ik ken dat wel. Ronaldo valt uit met een onduidelijk toneelspel in de finale van het EK. Hij huilt als een trut-atleet. Ik ken dat wel, dat gevoel dan. Niet die krokodillentranen. Ik ben blijkbaar in goed gezelschap dit weekend.

Over 2 weken is Ironman Maastricht, dezelfde afstand. Hetzelfde, maar toch anders. Maastricht wordt geen leuke wedstrijd, Maastricht wordt tandvlees verbijtende waanzin. Afzien tot het op is. Tot op het bot. Geen gelach maar 'finish till you die'. Het zal me toch niet nog een keer gebeuren.
Triathlon is niet leuk, als ik me dat maar goed in mijn hoofd prent.
Triathlon is het belangrijkste wat er is!

Tenminste zolang je in de wedstrijd zit.