zaterdag 7 september 2013

Ben ik te oud om Bauke Mollema te zijn?

Iedereen doet het wel eens, als je fietst of loopt je inbeelden dat je een bekende wielrenner in een grote ronde bent of aan kop vd olympische marathon loopt, ja toch?. Ja toch?? Ik doe het al vanaf mijn 9e jaar, toen ik voor het eerst een racefiets kreeg en ik mag zeggen dat ik na 35 jaar inbeelding erg goed ben geworden, zo niet, de beste!.

Ik ben opgegroeid in de tijd van Johan vd Velde en Henk Lubberding en was als een pauw zo trots toen mijn moeder op mijn 10e verjaardag een echt rood-wit-blauw wielershirt voor me had gemaakt met bijpassende broek, net als Henk Lubberding! Ja in die tijd ('78, '79) kon je nog helemaal geen kinder wielershirts kopen, sterker nog, in Harlingen was niet eens een wielerclub. Ik was al zeer gelukkig dat ik een racefiets kreeg omdat mijn vader nu eenmaal gek van fietsen was. Een echte Kalkhoff, duitse grundlichkeit ten top. Ja en ook ik zat huilend voor de TV toen Johan vd Velde in '83 in de 16e etappe op weg naar Pra-Loup viel en Joop Zoetemelk in zijn val meenam. Misschien wel omdat het op de 13e juli was. Uiteindelijk kwam het toen goed en werden mijn helden, gouden helden! Ik heb die etappe rond mijn woonplaats talloze malen overgereden, en steeds kon ook ik de gele trui veilig stellen!

Ik droomde vroeger van de tour de France en op het platte Friese land veranderde elke drempel, brug of sluis in een col van de buitengewone categorie. Ik heb op de Tjerk Hiddes sluizen tussen Midlum en Harlingen heel wat bolletjes truien ver en heroverd, zelfs als ik steeds achter mijn broer als tweede op de top aankwam wist ik het voor mezelf nog zo te draaien dat ik uiteindelijk in de betreffende gewenste trui belandde. Zelfs als het op verbeelding aankomt is er concurrentie. Met mijn broer zwaar in de slag wie vandaag Jan Raas of Joop zoetemelk mocht zijn; ok vandaag ben ik Lubberding maar morgen mag ik weer Joop zijn!
Misschien is het hebben van een oudere broer wel een prima voorwaarde om je verbeelding tot het uiterste te ontwikkelen, als je toch steeds als tweede eindigt moet je creatief worden. Omdat EPO nog niet bestond losten we alles op met onze fantasie.


Toen ik in 1992 in Barcelona tijdens de goude race van Ellen van Langen in het olympisch stadion zat, was het niet de race van Ellen van Langen die mij het meest is bijgebeleven. Nee, het waren de helden van de 10 km Richard Chelimo, Khalid Skah en Addis Abebe met wie ik mij vereenzelfdigde. Dat waren de helden met wie ik tijdens trainingen streed, in gedachten dan.
Misschien is het een geheim voor de meesten, want bijna niemand praat er over. Alleen als ik met mijn oudste zoon fiets discussiëren we openlijk over de helden die we voor dat ene moment even zouden willen zijn. Cancellara tijdens Parijs Roubaix of Peter Sagan die een mooie etappe wegsnaait voor de andere favorieten. Of wie van Ons Bauke Mollema mag zijn of Laurens ten Dam tijdens de tour. Maar dan alleen in hun goeie dagen, want vergis je niet, we zijn alleen geïnteresseerd in hun glorie momenten, niet in het afzien tijdens de vele wekelijkse trainingsuurtjes of bij de zware etappes waarbij ze minuten verliezen op de koplopers. Daar geniet ik het liefst vanaf een afstandje van, via TV, facebook of met een leuk youtube filmpje over de trainingen in winterse hagel en sneeuwbuien. Ik ben ondertussen elke bekende wielrenner of hardloper al een keer geweest en soms ben ik ook gewoon mezelf die op miraculeuze wijze op z'n 45ste nog een profcontract weet af te dwingen en die nu, in het olympische jaar, het hele peloton op een hoop loopt of fietst.

Ik fiets en loop niet voor niets nog af en toe rond in een wereldkampioenstrui, uit China geïmporteerd nota bene!. Ik beeld me in dat mensen langs de kant zeggen: "is dat DE wereldkampioen"? Ja, de wereldkampioen verbeelding!
Daarom was ik als een kind zo blij toen ik 2 jaar terug via een veiling een heus gesigneerd wereldkampioensshirt van Oscar Camenzind kon kopen. Eindelijk had ik er één.. dichter bij kom ik niet, behalve in mijn verbeelding natuurlijk.

Als je het wat minder glamoureus wilt bekijken, zou je het ook een korte sportpsychose kunnen noemen. Volgens de definitie van een psychose kom ik ook aardig in de buurt: "Denken dat je iemand anders bent, is een bekend verschijnsel bij een psychose". OK, het maakt me ook niet uit, ik kan er prima mee leven.
In die 35 jaar is er wat betreft mijn verbeelding eigenlijk niets verandert, behalve dat er nieuwe helden zijn bijgekomen en andere weer zijn afgevallen. Sommige renners heb ik nooit willen zijn, Lance Armstrong bijvoorbeeld.. gewoon geen aardige man en achteraf maar goed ook, stel dat ik 7 tourwinsten had moeten inleveren. Maar ik moet weer verder, eergister won Phillipe Gilbert namelijk in zijn wereldkampioenstrui in een geweldige krachtsuitbarsting de eindsprint in de Vuelta, die moet ik vandaag echt even zijn!